'Omzien naar elkaar én naar de inwoners'
‘Als je met jongeren werkt, kan je te maken krijgen met bepaald gedrag. Daar zit altijd iets achter. Als je ontdekt wát dat is, kun je veel bereiken. Door in gesprek te blijven en soms door een jongere een duwtje de goede kant op te geven. Dat vind ik het mooie van werken met jongeren.’
De ogen van Bob Vrenegoor glinsteren als hij dit zegt. Hij voelt zich bij Welzijn Lelystad helemaal op zijn plek als teamleider jongerenwerk. Ooit was hij zelf jongerenwerker. Dat was in Amersfoort. Hij groeide er door naar de functie van coördinator. Met frisse zin startte hij begin 2025 in Lelystad. ‘Een andere gemeente, met een andere populatie en andere uitdagingen. Maar ook een stad met veel kansen en veel energie en motivatie bij de gemeente en organisaties om mooie dingen te bereiken.’
Vooroordelen over Lelystad
Zelf woont Bob niet in Lelystad. ‘Toen ik vertelde dat ik in Lelystad ging werken, bleek wel dat veel mensen een negatief beeld hebben van de stad. Ook veel inwoners zijn niet altijd positief. Als relatief kleine gemeente hebben we grootstedelijke problematiek. In sommige wijken hebben veel gezinnen te maken met armoede. Dat is een voedingsbodem voor problemen die we in het jongerenwerk zien. Maar als ik zie wat er allemaal gebeurt in de stad, kunnen we er samen echt iets moois van maken.’
Intrinsieke motivatie
De jongerenwerkers zijn dagelijks te vinden op de plekken waar jongeren zijn: op straat, op school, in wijkcentra. ‘We komen in contact en voeren gesprekken. Met onze methodische aanpak proberen we invloed uit te oefenen op het gedrag dat iemand laat zien en welke keuze deze jongere maakt. Soms gaat het niet zo lekker met een jongere. Dan zetten onze jongerenwerkers een stap extra.’
Bob geeft een voorbeeld: ‘Eén van de onze jongerenwerkers kreeg signalen over een crisissituatie. Ze haalde direct alle betrokken partijen aan tafel. Vanuit onze rol hebben we een mooie bijdrage kunnen leveren om te voorkomen dat de jongere verder zou afglijden. Dat typeert onze jongerenwerkers: de intrinsieke motivatie om echt iets voor de ander te betekenen.’
Online leefwereld van jongeren
Als teamleider zorgt Bob ervoor dat de jongerenwerkers hun werk goed kunnen doen. ‘Ik zorg dat alles daaromheen goed loopt. Zoals de contacten met de gemeente en de afspraken en samenwerking met de ketenpartners. Daarnaast ben ik ook veel met het team bezig. Hoe zitten we erbij? Wat gaat er goed? En waar willen we in groeien en door ontwikkelen.’
Ook bekijken ze steeds welke thema’s actueel zijn in Lelystad en hoe ze daarin kunnen groeien. ‘We moeten bijvoorbeeld nadrukkelijker inspelen op de online leefwereld van jongeren. We doen ons werk op straat en op school, maar we moeten ook online in contact komen en blijven. We zijn aan het onderzoeken hoe we dat het beste kunnen doen.’
Een geslaagde werkdag
Wanneer is een werkdag eigenlijk geslaagd voor Bob? ‘‘Als we de dag samen goed kunnen afsluiten, ongeacht wat er is gebeurd. Soms geven we iets negatiefs een positieve draai. Onlangs was er een vechtpartij op een middelbare school. Vanuit het netwerk kregen we signalen dat het zou verplaatsen naar het centrum. Iedereen sprong bij, en onze jongerenwerkers gingen het gesprek aan met de jongeren. Dat was mooi om te zien.’
Natuurlijk is er ook ruimte voor positiviteit, nuanceert Bob. ‘Denk aan de vele mooie contacten in ons werk, jongeren die betrokken zijn bij het organiseren van activiteiten en de inzet om jongeren een steuntje in de rug te geven. Daar zijn we trots op met elkaar!’
Positieve energie
Bob kwam bij Welzijn Lelystad naar eigen zeggen in een ‘warm bad’ terecht. ‘De collega’s namen me de eerste tijd op sleeptouw. Ik heb meegedraaid op locaties en ben meegegaan op de fiets de wijken in. Zo leerde ik niet alleen de collega’s kennen, maar ook het DNA van Welzijn Lelystad.’
Er is veel positieve energie in de organisatie, vindt hij. ‘We geven elkaar feedback, bedoeld om samen te groeien. Altijd in een prettige en veilige sfeer. Er is veel ruimte voor het persoonlijke gesprek en we zien naar elkaar om. Als het minder goed gaat met een collega, blijven we betrokken. In het welzijnswerk is het belangrijk dat je goed in je vel zit, want we zijn zelf het instrument in het contact met inwoners. We kunnen pas goed zorgen voor inwoners als we goed zorgen voor onszelf en elkaar.’